Afbeelding van voorzijde boek 'Rouw en herstel na verlies door een misdrijf'

Rouw en herstel na verlies door een misdrijf

Rouw en herstel na verlies door een misdrijf is de titel van het nieuwe boek van Marije Janmaat-Versteeg (1978). De ondertitel luidt: 'Waar rouw en recht elkaar raken'. Het is een boek waarmee ik mij - als oud-politieman - verbonden voel.

De tekst op de achterzijde van het boek: 

Loop mee met Eva, na het verlies van haar dochter Nieke, die om het leven komt door femicide. Met Julian, die zijn broer Sam verliest door zinloos geweld. En met de Islamitische familie Aydin, na de dood van hun zoon Mehmet én de periode van onzekerheid rond de vermissing van Jamila. Ook het verhaal van Marja, een cold case, laat zien wat het betekent om te leven met vragen die blijven, soms jarenlang.

In deze verhalen volg je wat er gebeurt nadat het ondenkbare is meegedeeld. Wat een gerechtelijke sectie inhoudt. Hoe een politieonderzoek verloopt. Wat het verschil is tussen moord en doodslag. En wat rouw en stress doen met het brein, het lichaam en het dagelijks leven.

Dit boek biedt heldere, toegankelijke uitleg over politie en recht, en laat tegelijk zien wat verlies door een misdrijf van mensen vraagt, in de eerste uren, de weken daarna en de lange weg die volgt.

Geschreven voor nabestaanden, hun omgeving en professionals die naast hen staan. Om te begrijpen. Om houvast te bieden. En om woorden te geven aan wat vaak moeilijk te zeggen is.

Dit boek kwam tot stand met input van ervaringsdeskundigen en diverse professionals, waaronder slachtofferadvocaten, casemanagers, gedragswetenschappers, slachtoffer coördinatoren van het OM en een patholoog-anatoom.

Marije Janmaat-Versteeg werkte jarenlang als familierechercheur en stond naast nabestaanden in de meest ontwrichtende momenten van hun leven. Als toegepast psycholoog (coach), docent en trainer verbindt zij praktijkervaring met kennis over rouw, stress en herstel.

Naast haar werk als docent op de politieacademie en coach voor nabestaanden na een misdrijf staat zij tot op heden midden in de politiepraktijk. Zij is actief als verhoorder van kwetsbare verdachten in strafzaken zoals die in dit boek worden beschreven, en weet hoe complex, zorgvuldig en ingrijpend deze gesprekken zijn, voor alle betrokkenen.

In dit boek brengt zij twee werelden samen die voor nabestaanden vaak botsen: de binnenwereld van verlies en de buitenwereld van politie en recht.

Niet om antwoorden te geven waar die niet bestaan, maar om woorden, duiding en houvast te bieden wanneer de grond onder je voeten is weggeslagen.

Mijn relatie met dit boek

Tijdens mijn bijna 20-jarige loopbaan bij het Korps Rijkspolitie was ik als politieman regelmatig betrokken bij zelfdodingen en ongevallen met dodelijke afloop. Deze gebeurtenissen hadden een grote impact op mij. 

Het meest heftige vond ik het overbrengen van overlijdensberichten aan de nabestaanden. Ik herinner mij nog goed dat op een polderweggetje een personenauto van de weg was geraakt en op de kop in de naastliggende sloot was beland. In de auto zaten drie - ongeveer 17-jarige - jongens, die zonder toestemming de auto van de ouders van een van hen had 'geleend'. Twee jongens konden zelf uit de auto kruipen, de derde jongen haalde het niet. Hij kon niet zelf uit de auto komen en verdronk.

Als dienstdoende politiechef rustte op mij de zware taak om het bericht persoonlijk bij de ouders van de overleden jongen over te brengen. Met lood in mijn schoenen drukte ik op de bel. Zonder omhaal van woorden vertelde ik de ouders wat er was gebeurd. Het ongeloof en verdriet waren immens! Op dat moment kon ik niets anders voor hen betekenen dan geduldig en met compassie naar hen luisteren en hun vragen zo goed mogelijk beantwoorden. Officieel was ook dit een verlies door een misdrijf, joyriding. Deze rampzalige gebeurtenis was één van de oorzaken dat pas ik vele jaren later de diagnose PTTS kreeg.

Ik ben daarom van mening dat dit boek niet alleen waardevol is voor nabestaanden, maar ook voor politiemensen. Het is van groot belang dat zij zich bewust zijn wat nabestaanden van slachtoffers van gewelds- en andere misdrijven allemaal moeten meemaken.